de ansjovis

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ɑn'ʃovɪs]
Verbuigingen:  ansjovis|sen (meerv.)

klein zout haringachtig visje
Voorbeelden:  `opgerold ansjovisje met een olijf`,
`ansjovisboter`

© Kernerman Dictionaries.

10 definities op Encyclo
  1. De ansjovis kwam voorheen massaal voor in de Zuiderzee en de westelijke Waddenzee. De grote scholen werden steevast vergezeld door grote aantallen bruinvissen. Met het d...
  2. Ansjovis De ansjovis kwam voorheen massaal voor in de Zuiderzee en de westelijke Waddenzee. De grote scholen werden steevast vergezeld door grote aantallen bruinvissen. M...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. ANCHOVIS), v. (-sen), vischje. ~SAUS, v. (...zen). ~VANGST, v. [geen meervoud] ~VISSCHER, m. (-s). ~VISSCHERIJ, v. [geen meervoud]
  4. Let op: Spelling van 1914 pap. Zie SARDINELLA ANCHOVIA. [p. 47]
  5. (Engraulis encrasicolus) Engraulis encrasicolus (Linnaeus, 1758) -Nederlandse naam:- Ansjovis -Beschrijving:- Dit slanke visje, familie van de haring (Clupea harengus ), ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met ansjovis:
ansjovissen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
ansjovis (vissoort Engraulis encrasicholus)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `ansjovis`.