verwachten

werkw.
Uitspraak:  [vər'wɑxtə(n)]
Vervoegingen:  verwachtte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft verwacht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

(een toekomstige gebeurtenis of toestand, iemands komst) waarschijnlijk achten
Voorbeelden:  `Ik had niet verwacht dat me dat zou overkomen.`,
`Iedereen verwachtte een spectaculaire wedstrijd.`,
`Ik verwacht om elf uur thuis te zijn.`,
`veel van iets of iemand verwachten`,
`Ik verwacht u morgenochtend om tien uur op mijn kantoor.`
Synoniemen:  voorzien, rekenen op
Dat was/viel te verwachten.  (dat dat zou gebeuren, had je op voorhand kunnen weten)
Ze verwacht een kind.  (ze is zwanger)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
anticiperen denken hopen rekenen rekenen op tegemoetzien uitkijken naar vermoeden verwacht voorspellen vooruitzien

Spreekwoorden en zegswijzen
• geen heil verwachten (=niets positiefs zien)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Zich verwachten aan: Is zich verwachten aan correct?

4 definities op Encyclo
  1. ervan uitgaan dat hij komt vb: we verwachten bezoek een kind verwachten [zwanger zijn]
  2. •ergens vanuit gaan.
  3. 1) Afwachten 2) Anticiperen 3) Begeren 4) Beiden 5) Benieuwen 6) Denken 7) Hopen 8) Marren 9) Onderweg zijn 10) Rekenen 11) Rekenen op 12) Tegemoetzien 13) Verbeiden 14) ...
  4. Eng: expectation - hetgeen waarvan op grond van huidige feiten of omstandigheden wordt vermoed dat het zal gebeuren; hetgeen waarop men rekent Art 26 w…
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met verwachten:
verwachten aan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
verwachten

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `verwachten` kennen.