hopen

werkw.
Uitspraak:  [ˈhopə(n)]
Vervoegingen:  hoopte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehoopt (volt.deelw.)

wensen of verwachten dat iets dat je wilt zal gebeuren
Voorbeelden:  `Ik ben zwanger en hoop op een dochter.`,
`Ik hoop dat hij gauw thuiskomt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
accumuleren op hopen zetten opeenhopen rekenen op spinzen stapels uitzien van hoop vervuld zijn verlangen wanhopen (antoniem)

Taaladvies
Hopende / hopend: Moet hopend of hopende worden gebruikt in zinnen als Hopend(e) u daarmee van dienst te zijn, sturen wij u onze brochure en Hopend(e) op een spannende wedstrijd, zaten wij met zakken chips en drank voor de tv?

6 definities op Encyclo
  1. graag willen dat het gebeurt vb: ik hoop dat je komt ik had het niet durven hopen [ik had het niet verwacht] het is te hopen [ik hoop het]
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik hoopte, heb gehoopt), hoop hebben; - op (iets); betere dagen -; wij - en vertrouwen dat...
  3. •wensen, graag zien dat er iets wel of niet voorvalt.
  4. 1) Accumuleren 2) De verwachting koesteren 3) Dromen 4) Graag willen 5) Gunstige verwachtingen koesteren 6) Hoop hebben 7) Opeenhopen 8) Opstapelen 9) Rekenen op 10) Spin...
  5. Hopen is een eiland dat (bestuurlijk) behoort tot de eilandengroep Spitsbergen. Het hoogste punt is de 370 m hoge Iversenfjellet. Er is een bemand Noors meteorologisch s...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op hopen:
composthopenmesthopenmierenhopenophopenpuinhopensterrenhopenvuilnishopenwanhopenzandhopen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hopen (iets positiefs verwachten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hopen` kennen.