anticiperen

werkw.
Afbreekpatroon:  an - ti - ci - pe - ren
Vervoegingen:  anticipeerde (verl.tijd )
Vervoegingen:  geanticipeerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vooruit lopen op en herkennen van situaties en verhoudingen
Voorbeelden:  `Bij het anticiperen gaat het er om vooraf rekening te houden met wat er kan gebeuren.`,
`Als je niet anticipeert tijdens economisch slechte tijden kan dat minder gunstig uitpakken.`
Antoniem:  afwachten
Synoniemen:  vooruitzien, verwachten


Synoniemen
prejudiciëren verwachten vooruitkijken vooruitlopen afwachten (antoniem)

6 definities op Encyclo
  1. vooraf rekening houden met wat er kan gebeuren vb: je moet goed anticiperen in het verkeer Synoniem: vooruitlopen
  2. voorkomen
  3. 1) Prejudiciëren 2) Verwachten 3) Vooruitkijken 4) Vooruitlopen 5) Vooruitlopen op 6) Vooruitzien 7) Vooruitlopen op iets wat nog moet gebeuren
  4. Eng: to anticipate [rechtswetenschap] tijdig voorzien…
  5. vooruitlopen op
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met anticiperen:
anticiperen op

Herkomst volgens etymologiebank.nl
anticiperen (op voorhand inspelen op)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `anticiperen`.