vastlijmen

werkw.
Uitspraak:  ['vɑstlɛimə(n)]
Afbreekpatroon:  vast·lij·men
Vervoegingen:  lijmde vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgelijmd (volt.deelw.)

iets met lijm vastmaken aan of op iets anders
Voorbeeld:  `twee houten plankjes vastlijmen`


Synoniemen
aaneenplakken   aanlijmen   hechten   iets vastkleven   kleven   klitten   lijmen   opplakken   plakken   vasthechten   vastkleven   vastplakken   

2 definities op Encyclo
  • 1) Plakken 2) Aan elkaar plakken 3) Vastplakken 4) Opplakken 5) Aanlijmen 6) Lijmen 7) Met een plakmiddel bevestigen 8) Aaneenplakken 9) Vastkitten 10) Vastkleven 11) Klitten 12) Hechten 13) Kleven 14) Vasthechten
  • Vastlijmen is vastplakken. [basiswoordenlijst groep 5]
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van vastlijmen?
De verleden tijd van vastlijmen is 'lijmde vast'. Het voltooid deelwoord is 'heeft vastgelijmd'.
Wat betekent vastlijmen?
'iets met lijm vastmaken aan of op iets anders'
Hoe spel je vastlijmen?
vastlijmen spel je V A S T L I J M E N
Wat is een ander woord voor vastlijmen?
Andere woorden voor vastlijmen zijn aaneenplakken, aanlijmen, hechten, iets vastkleven, kleven, klitten, lijmen, opplakken, plakken, vasthechten, vastkleven en vastplakken.

Op andere websites
Zoek vastlijmen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek vastlijmen op Google
Zoek vastlijmen op Woordenlijst.org
Zoek vastlijmen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek vastlijmen op Wikipedia