vasthechten

werkw.
Uitspraak:  ['vɑsthɛxtə(n)]
Vervoegingen:  hechtte vast (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgehecht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iets aan iets anders vastmaken
Voorbeeld:  `twee bladen papier met nietjes aan elkaar vasthechten`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhechten bevestigen hechten lijmen opplakken vastlijmen vastplakken losmaken (antoniem)

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Aanbakken 2) Aanhaken 3) Aanhechten 4) Aankleven 5) Aanlijmen 6) Aannaaien 7) Aanplakken 8) Aanslaan 9) Accrocheren 10) Bevestigen 11) Binden 12) Haken 13) Hechten 14)...
Toon uitgebreidere definities