hechten

werkw.
Uitspraak:  ['hɛxtə(n)]
Vervoegingen:  hechtte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gehecht (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) de randen van een wond met garen of nietjes aan elkaar vastmaken medisch
Voorbeeld:  `een wond hechten`

2) (op of aan iets) stevig vast blijven zitten
Voorbeeld:  `de verf hecht goed op de muur`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanhechten bevestigen binden gehecht zijn houden lijmen opplakken toekennen vasthechten vastlijmen vastmaken vastnaaien vastplakken

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn zegel aan iets hechten (=goedkeuring of toestemming ergens aan geven)
• gewicht hechten aan (=belang hechten aan)
Naar de spreekwoorden

7 definities op Encyclo
  1. vast blijven zitten vb: deze verf hecht niet op die ondergrond Synoniemen: houden pakken Tegenstelling: loslaten het vastmaken vb: de dokter hechte de wond je met iemand ...
  2. Losse vellen papier, folders of brochures voorzien van een metalen nietje. Deze nietjes kunnen vanaf een strip met voorgevormde nietjes gebruikt worden of ze worden op de...
  3. 1) Aan elkaar lassen 2) Aandrukken 3) Aanhaken 4) Aanhangen 5) Aanhechten 6) Aannagelen 7) Attacheren 8) Bevestigen 9) Binden 10) Dichtnaaien 11) Driegen 12) Gehecht zijn...
  4. De medische betekenis van hechten is het aan elkaar vastmaken van de wondranden van een wond, met behulp van hechtmateriaal dat met een hechtnaald wordt aangebracht. Op ...
  5. [spiritueel] - Hechten, Pali: upadana, in spirituele zin verwijst in onder andere het boeddhisme en het christendom naar het `gehecht zijn` van de geest aan wereldse zak...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hechten:
hechten aanhechtenis

Deze woorden eindigen op hechten:
aanhechtenvasthechtenaaneenhechten

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. hechten (bevestigen)
  2. hechten (sterk hijgen)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `hechten` kennen.