kleven

werkw.
Uitspraak:  [ˈklevə(n)]
Vervoegingen:  kleefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekleefd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van iets) een beetje plakken als je het aanraakt
Voorbeelden:  `Honing kleeft van nature.`,
`De verf is nog niet helemaal droog en kleeft nog een beetje.`
Synoniem:  plakkerig zijn

2) vastzitten (aan)
Voorbeelden:  `Melk blijft een beetje aan het glas kleven.`,
`De spaghetti kleeft aan elkaar.`,
`Werkgevers zien vooral nadelen kleven aan oudere werknemers.`
Synoniem:  plakken

3) op te korte afstand rijden achter de auto die voor je rijdt
Voorbeeld:  `Wat vervelend, die auto achter me zit te kleven.`
Synoniem:  bumperkleven

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan elkaar hangen aan elkaar kleven aaneenplakken bumperkleven iets vastkleven kleverig zijn klitten lijmen plakken vastkleven vastlijmen vastplakken

10 definities op Encyclo
  1. • [ov] met een lijm bevestigen •lossen, losmaken, afweken (+audio)
  2. ergens aan vast blijven zitten vb: dit plakband kleeft goed Synoniem: plakken
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik kleefde, heb of ben gekleefd), aaneen blijven (door middel eener klevende stof); vast b...
  4. plakken: aankleven van ramen en deuren na het schilderen. Om ramen en deuren toch te kunnen sluiten -voordat deze voldoende doorgedroogd zijn- knijp je een natte spons ui...
  5. andere benaming van bumperrijden; ook in combinatie 'bumperkleven' genoemd (bron: poster Veilig Verkeer Nederland)
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op kleven:
aanklevenbumperkleven

Herkomst volgens etymologiebank.nl
kleven (aaneen blijven plakken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `kleven`.