kleven

werkw.
Uitspraak:  [ˈklevə(n)]
Vervoegingen:  kleefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gekleefd (volt.deelw.)

1) (van iets) een beetje plakken als je het aanraakt
Voorbeelden:  `Honing kleeft van nature.`,
`De verf is nog niet helemaal droog en kleeft nog een beetje.`
Synoniem:  plakkerig zijn

2) vastzitten (aan)
Voorbeelden:  `Melk blijft een beetje aan het glas kleven.`,
`De spaghetti kleeft aan elkaar.`,
`Werkgevers zien vooral nadelen kleven aan oudere werknemers.`
Synoniem:  plakken

3) op te korte afstand rijden achter de auto die voor je rijdt
Voorbeeld:  `Wat vervelend, die auto achter me zit te kleven.`
Synoniem:  bumperkleven

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan elkaar hangen aan elkaar kleven aaneenplakken bumperkleven iets vastkleven kleverig zijn klitten lijmen plakken vastkleven vastlijmen vastplakken

Taaladvies
Waar komt zwaan-kleef-aan vandaan? Zie Zwaan-kleef-aan

8 definities op Encyclo
  • • [ov] met een lijm bevestigen •lossen, losmaken, afweken (+audio)
  • ergens aan vast blijven zitten vb: dit plakband kleeft goed Synoniem: plakken
  • 1) Aanbakken 2) Aaneenplakken 3) Blijven plakken 4) Gommen 5) Hechten 6) Klampen 7) Kleverig zijn 8) Klitten 9) Lijmen 10) Plakken 11) Plekken 12) Vastkleven 13) Vastlijm...
  • beslagrecht: gelden. Bijv. het beslag kleeft. ...
  • beslagrecht: gelden. Bijv. het beslag kleeft. ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op kleven:
    aanklevenbumperkleventegenkleven

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    kleven (aaneen blijven plakken)