uitmaken

werkw.
Uitspraak:  œytmakə(n)]
Vervoegingen:  maakte uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgemaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1)
het uitmaken  (de relatie (2) met iemand verbreken)

2) (iets brandends) laten ophouden met branden
Voorbeeld:  `het vuur uitmaken`
Synoniem:  doven (1)

3) vaststellen
Voorbeeld:  `Ik maak zelf wel uit of ik dat doe of niet.`
Synoniemen:  bepalen, beslissen
Dat maakt niets uit.  (dat is niet belangrijk)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afbreken afschaffen afzetten bepalen betekenen blussen doven elimineren ontdekken opdoeken opsporen uit elkaar gaan uitblussen uitdoen uitdoven uitschakelen uitschelden uitzetten vaststellen verwijderen vormen wegdoen

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand uitmaken voor rotte vis (=iemand uitschelden voor alles wat mooi en lelijk is)
• het uitmaken (=een relatie beëindigen)
• de dienst uitmaken (=vertellen wat er gebeuren moet)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Onderdeel / deel uitmaken van: Is onderdeel uitmaken van correct?

4 definities op Encyclo
  1. zeggen hoe het is of wat er gebeurt vb: ik maak zelf wel uit hoe laat ik naar bed ga Synoniemen: bepalen beslissen besluiten vaststellen zorgen dat het niet meer brandt v...
  2. •een einde maken aan bijvoorbeeld een relatie. •doven (van vuur). •beslissen, verschil maken. •"deel ~ van": een onderdeel zijn van iets •beëindigen •doven