tegelijk

bijwoord
Uitspraak:  [təxəˈlɛik]

op hetzelfde moment of in dezelfde periode
Voorbeelden:  `twee dingen tegelijk doen`,
`Als je naar de bakker gaat, wil je dan tegelijk brood voor mij meenemen?`,
`precies tegelijk in de lach schieten`
Synoniem:  tegelijkertijd

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneen bijeen gelijk gelijktijdig ineen samen simultaan tegelijkertijd tevens tezamen

Spreekwoorden en zegswijzen
• in geen twee sloten tegelijk lopen (=voorzichtigi zijn en op zichzelf kunnen passen)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] te zamen, te gader, met elkander; op hetzelfde tijdstip.
  2. op hetzelfde moment vb: we kwamen tegelijk aan Synoniemen: meteen tegelijkertijd gelijk [3] gelijktijdig zowel het een als het ander vb: deze knop is tegelijk voor aan en...
  3. •op hetzelfde moment. •in dezelfde periode. •tevens. •samen met iemand of iets anders.
  4. 1) Aaneen 2) Als 3) Bijeen 4) Bijwoord 5) Bovendien 6) Daarbij 7) Gelijk 8) Gelijkelijk 9) Gelijktijdig 10) Ieder 11) In dezelfde tijd 12) In een klap 13) Ineen 14) Ineen...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tegelijk:
tegelijkertijd

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tegelijk (samen; op hetzelfde moment; ook)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tegelijk`.