tegelijkertijd

bijwoord
Uitspraak:  [təxəlɛikərˈtɛit]

op hetzelfde moment of in dezelfde periode
Voorbeeld:  `Gelijktijdig werd op het andere net een voetbalwedstrijd uitgezonden.`
Synoniemen:  tegelijk, gelijktijdig

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aaneen bijeen gelijk gelijktijdig gezamenlijk ineen samen tegelijk tevens tezamen

4 definities op Encyclo
  1. op hetzelfde moment vb: we hebben gewerkt, maar tegelijkertijd ook veel gekletst Synoniemen: meteen tegelijk gelijk [3] gelijktijdig
  2. •op hetzelfde moment, gelijktijdig.
  3. [Nederlands] op het zelfde tijdstip
  4. 1) Aaneen 2) Bijeen 3) Bijwoord 4) Bijwoord van tijd 5) Direct 6) Gelijk 7) Gelijktijdig 8) Gezamenlijk 9) In dezelfde tijd 10) Ineen 11) Meteen 12) Op hetzelfde moment 1...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tegelijkertijd (op hetzelfde moment)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `tegelijkertijd`.