de pass

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [pɑs, pas]
Verbuigingen:  pass|es (meerv.)

balschot over een lange afstand naar een teamgenoot
Voorbeeld:  `Een goede pass kan het begin zijn van een mooi doelpunt.`

© Kernerman Dictionaries.

Spreekwoorden en zegswijzen
• op zijn tellen passen (=zeer goed opletten om niets fout te doen)
• met passen en met meten wordt de meeste tijd versleten. (=voorbereidingen zijn dikwijls het meest tijdrovend onderdeel van een taak.)
• bij elkaar passen als twee trommelstokken (=goed bij elkaar passen)
• aan iets een mouw weten te passen (=een oplossing ergens voor weten)
Naar de spreekwoorden

4 definities op Encyclo
  1. schot naar een medespeler vb: met een mooie pass speelde hij de bal naar Teddy Synoniem: voorzet
  2. Een route over een laag punt in de bergen. Meestal een bergrug die twee dalen met elkaar verbindt.
  3. 1) Overgespeelde bal 2) plaats in belgië 3) Plaats in de Benelux 4) Schot 5) Spelhandeling 6) Sportterm 7) Term uit de voetbalsport 8) Voetbalterm 9) Voorzet 10) Voorzet...
  4. schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel Jaar van herkomst: 1936 (BVC-krant 2 okt., 6a )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pass:
passaatpassagepassagespassagierpassagierdepassagierdenpassagierspassagiersbrugpassagierslijstpassagiersruimtepassagiersschepenpassagiersschippassagierstreinpassagiersvliegtuigpassagiertpassantpassantenpasse-partoutpassechpasseer
Toon alle woorden die beginnen met pass

Deze woorden eindigen op pass:
bypassfirst-pass
Toon alle woorden die eindigen op pass

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pass (schot van de bal naar een medespeler bij het voetbalspel)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 74% van de Nederlanders en 68% van de Vlamingen het woord `pass`.