de tafel

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [ˈtafəl]
Verbuigingen:  tafel|s (meerv.)

1) meubelstuk met een horizontaal, vlak blad op één of meer poten om dingen op te zetten of om aan te zitten, bijvoorbeeld tijdens het eten
de tafel dekken  (borden, servies, glaswerk e.d. voor het eten op tafel zetten)
de tafel afruimen  (alles wat op tafel staat opruimen)
We zitten net aan tafel.  (We zijn net begonnen te eten.)
Aan tafel!  (kom, we gaan eten)
om de tafel zitten  (overleg plegen)
een voorstel van tafel vegen  (een voorstel volledig afwijzen)
een voorstel ter tafel brengen  (een voorstel ter sprake brengen)
je kaarten op tafel leggen  (openlijk zeggen wat je bedoelingen zijn)
iemand onder de tafel drinken  (meer alcohol kunnen verdagen dan iemand anders)
scheiding van tafel en bed  (voorlopige echtscheiding, waarbij de partners niet meer hoeven samen te wonen)

2) opsomming van het product van een bepaald getal als dat wordt vermenigvuldigd met de getallen één tot en met tien
Voorbeelden:  `De tafel van twee: 1 x 2 = 2; 2 x 2 = 4; 3 x 2 = 6 enz.`,
`Op de basisschool leer je de tafels van één tot en met twaalf.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
eettafel

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn kaarten op tafel leggen. (=zijn bedoelingen tonen)
• je kaarten op tafel leggen (=laten weten over welke middelen je beschikt om iets gedaan te krijgen.)
• iets ter tafel brengen. (=voorstellen om iets te bespreken.)
• iets boven de tafel fietsen. (=open kaart spelen met bedoelingen.)
• de tafel eer aandoen (=goed en veel eten)
Toon alle 7 spreekwoorden die tafel bevatten

Taaladvies
Rond / om de tafel: (gaan) Gebruiken we rond of om in de uitdrukking rond/om de tafel (gaan) zitten ('overleg plegen')?

Intensiveringen
Hoe kun je met tafel een ander begrip versterken?
onderhandelen met het mes op tafel;

12 definities op Encyclo
  1. Een tafel is een meubelstuk om spullen op te plaatsten. Je hebt hogere tafels waar je aan kunt zitten zoals eetkamertafels en bureaus en lagere tafels zoals bijzettafel...
  2. Een tafel is een specificatie van de inhoud van een archiefbestanddeel in de volgorde, die in het bestanddeel heerst.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-s), [zeker, zekere] huisraad; de - (de gasten aan de tafel) bedienen; [figuurlijk] hij licht onder de -, hij is dronken; gescheide...
  4. de tafel dekken, zegt men van een hond, die het wild ‘aansnijdt’
  5. Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 bovenvlak van den brillant. Bolle-, holle tafel; traptafel.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met tafel:
tafel natafelbarbecuetafelbladtafelbladentafelboormachinetafelbrugtafeldetafeldekkentafeldentafeleendtafeleendentafelentafelgenoottafelgenotetafelgereitafelkerktafelkleedtafellakentafellakenstafelment
Toon alle woorden die beginnen met tafel

Deze woorden eindigen op tafel:
draaitafeleettafelinhoudstafelstamtafelvouwtafelleestafelmengtafelnachttafelhangtafelklaptafelborreltafelcafétafelbartafeleetkamertafelbiljarttafelonderhandelingstafelcredenstafelsalontafelpicknicktafelkoffietafel
Toon alle woorden die eindigen op tafel

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tafel (meubelstuk)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `tafel` kennen.