de/het facet

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [fa'sɛt]
Verbuigingen:  facet|ten (meerv.)

1) kant of onderdeel van een zaak
Voorbeeld:  `Dit is een gecompliceerde kwestie met veel facetten.`
Synoniem:  aspect

2) geslepen vlak
Voorbeelden:  `een diamant in facetten slijpen`,
`glazen tafel met facet geslepen rand`

3) elk van de buisjes van een insektenoog
Voorbeeld:  `Elk facet van een oog zorgt voor de opname van één beeldpunt.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aspect gedeelte opzicht

7 definities op Encyclo
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 ruitje, facet.
  • het oppervlak van een ommatidium, een van de eenheden van het samengestelde oog. Alternatieven: facetten
  • aspect, kant Jaar van herkomst: 1901 (WNT )
  • onderdeel of kant van een bepaalde zaak vb: er is één facet waar we het nog niet over gehad hebben Synoniem: aspect
  • Facet 1: De rand van een rechthoekig cliché die gebruikt werd voor het vastzetten (spijkeren) van het cliché op de voet. Later werden de clichés niet vastgespijkerd, m...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met facet:
    facetefacetenfacetoogfacetteerfacetteerdefacetteerdenfacetteertfacetten

    Deze woorden eindigen op facet:
    defacetgedefacetgefacetgeinterfacetinterfacet

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    facet (vlak van een veelvlakkig voorwerp; kant, aspect)