steken

werkw.
Uitspraak:  [ˈstekə(n)]
Vervoegingen:  stak (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gestoken (volt.deelw.)

1) (iemand) met iets scherps verwonden
Voorbeelden:  `De man is in zijn rug gestoken met een mes.`,
`Ik ben door een wesp gestoken.`

2) erg pijn doen
Voorbeeld:  `een stekende wond`

3) in genoemde toestand brengen
Voorbeelden:  `een huis in brand steken`,
`je handen in je zakken steken`,
`bollen in de grond steken`
de koppen bij elkaar steken  (samen overleggen)

4)
blijven steken  (niet verder komen dan) `blijven steken in goede voornemens` Synoniem: vastzitten

5)
het steekt niet zo nauw  (het hoeft niet heel nauwkeurig) `Of je het vlees wat langer of korter laat sudderen, steekt niet zo nauw.` Synoniem:

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aansporen aanzetten dwarszitten indoen insteken opbergen pijn doen priemen prikkelen prikken

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn kruk ergens tussen steken (=ergens ter hulp komen)
• zijn hand in een wespennest steken (=zich bemoeien met een problematisch onderwerp en wellicht daardoor zelf moeilijkheden krijgen)
• zijn hand ervoor in het vuur durven steken (=ergens heel erg zeker van zijn)
• wie honing wil eten moet lijden dat de bijen hem steken (=wie iets wil bereiken moet daar iets voor overhebben)
• van wal steken (=beginnen met spreken, beginnen met een verhaal)
Toon alle 40 spreekwoorden die steken bevatten

Taaladvies
  1. Is (iets) op zak steken, bijvoorbeeld in de zin De eigenaar van de firma heeft de btw op zak gestoken correct? Zie Op zak steken / in zijn zak steken
  2. Wat is correct: stekeblind of stekenblind? Zie stekeblind / stekenblind


11 definities op Encyclo
  • staken, van stemmen of adviezen gezegd.
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 wanneer in een in bewerking zijnde ruit een onzuivere plaats is, dan maakt deze op de schijf een zilverkleurige groef, ter...
  • Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 schaven, vooral van lijstwerk.
  • hem raken met een puntig voorwerp vb: de wesp stak in mijn wang de zon steekt [hij schijnt zo fel dat het pijn doet] het steekt hem dat .... [het doet hem pijn dat ....]
  • Het gebruik van knopen en steken, zie knopen.
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met steken:
    steken in

    Deze woorden eindigen op steken:
    aanhalingstekenaanstekenafbrekingstekenafstekenbestekendoodstekendoorstekenherinneringstekenherkenningstekenherstellingstekeninstekenleestekenlevenstekenneerstekenomhoogstekenonderstekenontstekenopstekenoverhoopstekenoversteken

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    steken (prikken)