aansteken

werkw.
Uitspraak:  anstekə(n)]
Vervoegingen:  stak aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft aangestoken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) zorgen dat iets brandt
Voorbeeld:  `een kaars aansteken`
Synoniem:  aandoen

2) een ziekte overbrengen op iemand anders
Voorbeeld:  `Ik ben nu ook verkouden. Mijn broer heeft me aangestoken.`
Synoniem:  besmetten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandoen aanmaken aanstrijken bederven besmetten besmetting doen branden doen ontvlammen in de fik steken ontsteken opsteken sigaret opsteken

3 definities op Encyclo
  1. het laten branden vb: we hebben een kaars aangestoken Synoniemen: ontsteken aanmaken Tegenstellingen: uitmaken doven een ziekte op iemand overbrengen vb: hij heeft mij me...
  2. • [ov] doen ontbranden. • [ov] met iets scherps vastmaken. • [ov] beginnen uit iets te tappen. • [ov] besmetten met een begin van rotting. • [ov] [valkerij] het...
  3. 1) Aandoen 2) Aanmaken 3) Aanpijpen 4) Aanschieten 5) Aanstrijken 6) Bederven 7) Besmetten 8) Besmetting 9) Doen branden 10) Doen ontbranden 11) Het doen ontbranden 12) I...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
aansteken (in vlam zetten; besmetten)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `aansteken` kennen.