schaft

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  schaften
Verbuigingen:  schaftje

1) het onderbreken van de arbeid voor het nuttigen van een maaltijd
Voorbeeld:  `De schaft werd daardoor een kwartiertje uitgesteld.`

2) schachtvormig deel van een anker
Voorbeeld:  `Het anker bestaat uit twee stukken behalce de steel; de schaft wordt door eene spil vereenigd met de armen, zijnde het eene uiteinde van de schaft vorksgewijze gemaakt om de armen te omvatten.`

3) het massieve deel van een vogelveer tussen spoel en vlag


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
eetpauze schacht

Spreekwoorden en zegswijzen
• eten wat de kok/pot schaft (=eten wat er is (goed of slecht))
• de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
Naar de spreekwoorden

6 definities op Encyclo
  • (1) Schacht van het anker. (2) Algemene benaming voor spier of steng.
  • Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Schaft`` 1o. Zie Anker. 2o. Zie Bajonet. 3o. Zie Lade
  • pauze - De schaft is de etenspauze van bouwvakkers (of werknemers in het algemeen). Doorgaans is er een mobiele bouwkeet waar de bouwvakkers hun spullen kunnen bewaren...
  • plaats - Schaft is een dorp in de gemeente Valkenswaard in de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Met het dorp Borkel vormde het lange tijd de gemeente Borkel en Scha...
  • (schaft, schoft) een derde of vierde werkdag. Bij het baggeren is 1 schaft ongeveer gelijk aan 144 kubieke Rijnlandse voet = 144 x 0,030959 m³= 4,4581 m³. Oorspronkelij...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met schaft:
    schafteschaftenschaftteschaftten

    Deze woorden eindigen op schaft:
    aangeschaftaanschaftafgeschaftafschaftgeschaftverschaft

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    schaft (werkonderbreking om te eten)