het loeder

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  loeders
Verbuigingen:  loedertje

1) gemeen persoon
Voorbeelden:  `- Mijn vader is de dader en mijn moeder is een loeder, vond de boze puber.`,
`- Een man die op Jan Wolkers lijkt vertelt dat zijn overleden vrouw soms „door het huis spookt”, dan liggen er ineens dingen op de grond. „Dan zeg ik: waar ben je mee bezig geweest, loeder!” `

2) lokaas


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
deugniet feeks haaibaai heks helleveeg hoerenjong klootzak kreng kuttenkop pleurislij pleurislijer ploert schoft serpent smeerlap teef vals wicht viswijf

5 definities op Encyclo
  1. 1) Darm 2) Deugniet 3) Doerak 4) Ellendeling 5) Être 6) Feeks 7) Gemeen iemand 8) Gemeen mens 9) Gemeen persoon 10) Gemelijk 11) Gemene kerel 12) Gemene persoon 13) Geme...
  2. Nederlands Rotzak, schurk, smeerlap, karonje
  3. gemeen persoon Jaar van herkomst: 1592 (Toll. )
  4. Vergeten woorden (o.), loer 1) lokaas 2) plaats waarin iemand gelokt wordt, hinderlaag = loeder ‘gemenerik’, ~ lade ‘uitnodiging’
  5. Vergeten woorden (o.), loer bed, slaapplaats = Drents loeder, Gronings loeder, louter, ~ laden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op loeder:
verloeder

Herkomst volgens etymologiebank.nl
loeder (lokaas; gemeen kreng)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 82% van de Vlamingen het woord `loeder`.