het loeder

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  loeders
Verbuigingen:  loedertje

1) gemeen persoon
Voorbeelden:  `- Mijn vader is de dader en mijn moeder is een loeder, vond de boze puber.`,
`- Een man die op Jan Wolkers lijkt vertelt dat zijn overleden vrouw soms „door het huis spookt”, dan liggen er ineens dingen op de grond. „Dan zeg ik: waar ben je mee bezig geweest, loeder!” `

2) lokaas


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
deugniet feeks haaibaai heks helleveeg hoerenjong klootzak kreng kuttenkop pleurislij pleurislijer ploert schoft serpent smeerlap teef vals wicht viswijf

3 definities op Encyclo
  • gemeen persoon Jaar van herkomst: 1592 (Toll. )
  • Vergeten woorden (o.), loer 1) lokaas 2) plaats waarin iemand gelokt wordt, hinderlaag = loeder ‘gemenerik’, ~ lade ‘uitnodiging’
  • 1) Darm 2) Deugniet 3) Doerak 4) Ellendeling 5) Être 6) Feeks 7) Gemeen iemand 8) Gemeen mens 9) Gemeen persoon 10) Gemelijk 11) Gemene kerel 12) Gemene persoon 13) Geme...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op loeder:
    verloeder

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    loeder (lokaas; gemeen kreng)