Synoniemen
boef gemenerik mispunt naarling rotzak schobbejak schoelje schoft schurk smeerlap smiecht smiek stinkerd

5 definities op Encyclo
1) [Soldatentaal, 1914] onderofficier met de surveillance belast.
2) Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), schelm, boef. ~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), van -, als een schelm. -HEID, v. ~ENSTUK, o. (-ken), schelmstuk, ...
3) 1) Bandiet 2) Boef 3) Bogger 4) Deugniet 5) Doerak 6) Doortrapte schurk 7) Ellendeling 8) Gemeen mens 9) Gemeen persoon 10) Gemene kerel 11) Gemene vent 12) Gemenerik 13)...
4) schurk (toon de herkomst via de etymologiebank)
5) schurk Jaar van herkomst: 1550 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fielt (schurk)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 21% van de Nederlanders en 15% van de Vlamingen het woord `fielt`.