het park

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [pɑrk]
Verbuigingen:  park|en (meerv.)

1) openbaar terrein met bomen en paden, waar mensen komen om hun vrije tijd door te brengen
Voorbeeld:  `in het park wandelen`

2) <in samenstellingen>
terrein met een bepaalde bestemming
Voorbeelden:  `bedrijvenpark`,
`vakantiepark`,
`windmolenpark`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hof plantsoen

23 definities op Encyclo
  1. zie perk.
  2. 1. verzameling materieel t.b.v. oorlogshandelingen of als reserve; te onderscheiden in onder andere artilleriepark-geschutpark, belegeringspark, geniepark, kogelpark en v...
  3. verzameling materieel t.b.v. oorlogshandelingen of als reserve; te onderscheiden in onder andere artilleriepark-geschutpark, belegeringspark, geniepark, kogelpark en voer...
  4. Let op: Spelling van 1858 Eng., diergaarde, een afgeperkt stuk land, waarin wild opgesloten is; een groote tuin met lustboschjes, regte lanen, kronkelwegen en vrije plaat...
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (-en), perk, door een hek afgesloten ruimte [inzonderheid] voor wandelaars); diergaarde; slottuin; artillerie-, ruimte waar het gesc...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met park:
parkeerparkeerautomaatparkeerautomatenparkeerbeleidparkeerboeteparkeerbonparkeerbonnenparkeercontroleurparkeerdeparkeerdenparkeergarageparkeergaragesparkeergelegenhedenparkeergelegenheidparkeerhavenparkeerhavensparkeerklemmenparkeerlichtparkeerlichtenparkeermeter
Toon alle woorden die beginnen met park

Deze woorden eindigen op park:
bedrijvenparkbungalowparkdierenparkcontainerparkpretparkstadsparkthemaparkattractieparkamusementsparknatuurparksportparkwandelparkwindmolenparkwindpark
Toon alle woorden die eindigen op park

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. park (publieke wandelplaats)
  2. park


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `park` kennen.