trens

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  trenzen
Verbuigingen:  trensje

1) de trens (m): een sloot, met name een die de grens tussen twee plantages markeert
Voorbeeld:  `Aan de Indira Gandhiweg ter hoogte van Fernandes Bottling is vrijdagmiddag een lijk in de trens ontdekt door een oplettende voorbijganger.`

2) de trens (m): / een verstevigd oog, knoopsgat of rand van een stuk weefsel

3) de trens (m): / een eenvoudig soort bit bestaande uit twee ringen en een verbindingsstuk.

4) de trens (m): / : ''boogschieten'' de extra omwikkeling van de pees van een boog waar de pijl genokt wordt


Bron: WikiWoordenboek.

6 definities op Encyclo
  1. 1> met garen aangebrachte versteviging rond ogen in, en langs randen van, zeildoek. A> 2> stuk touw, dat de tier van een touw of staaldraad, opvult. Zie verder bij bekl...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), lis aan het knoopsgat; vlecht; kleine toom; ruwe zijde; figuurlijk iemand braaf - geven, afrossen, slaag geven. ~EN, bed...
  3. Let op: Spelling van 1914 sur. Zie PLANTAGE.
  4. Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Trens`` Zie Paardentuig
  5. 1) Afhechtsel 2) Afhechtsel aan kledij 3) Afhechtsel aan kleding 4) Afhechtsel aan kleren 5) Afhechtsel om scheuren te voorkomen 6) Afhechtsel van kledij 7) Afhechtsel va...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. trens (afwateringskanaal)
  2. trens (touw)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 30% van de Nederlanders en 20% van de Vlamingen het woord `trens`.