de trut

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [trʏt]
Verbuigingen:  trut|ten (meerv.)

1) <scheldwoord voor een vrouw>
Voorbeelden:  `een dikke trut`,
`Stomme trut!`,
`een trut van een vrouw`
Synoniemen:  kuttenkop, muts

2) vagina vulgair
Synoniem:  kut

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
griet takkewijf tro troel troela

3 definities op Encyclo
  1. scheldwoord voor stijf of vervelend meisje vb: die trut wilde weer niet naar de disco
  2. 1) Akelig kind 2) Akelig meisje 3) Boerentrien 4) Domme vrouw 5) Griet 6) Ingebeeld meisje 7) Sullige vrouw 8) Takkewijf 9) Totebel 10) Tro 11) Troela 12) Vervelend meisj...
  3. zeurderige vrouw Jaar van herkomst: 1899 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trut:
truttentruttigtruttigheid

Deze woorden eindigen op trut:
hockeytrutburgertruthuppeltrutzurkeltrut

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trut (zeurderige vrouw)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `trut`.