I het hof

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hɔf]
Verbuigingen:  hoven (meerv.)

1) paleis en huishouden van een vorst
Voorbeelden:  `het hof van de Friese Nassaus`,
`hofdame`
hofleverancier  (eervolle naam die een bedrijf van de koningin krijgt)

2) belangrijke rechtbank
Voorbeeld:  `het hof van justitie`
hof van cassatie  (hoogste rechtbank die een lagere rechtbank controleert)

3)
iemand het hof maken  (aardig en charmant tegen iemand doen om een relatie te krijgen)


II de hof

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [hɔf]
Verbuigingen:  hoven (meerv.)

tuin ouderwets
Voorbeelden:  `doolhof`,
`Die kwekerij heet 'de hof van Groningen'.`
de hof van Eden  (het paradijs)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
balie binnenplaats boerenerf cour erf gerecht gerechtshof gevolg heem hofzaal park rechtbank tribunaal tuin

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemand het hof maken (=aardig tegen iemand doen in de hoop aardig gevonden te worden)
Naar de spreekwoorden

24 definities op Encyclo
  1. Voorheen bisschoppelijke boerderij in Drenthe
  2. Limburgse boerderij
  3. Centrale boerderij in een groot landbouwbedrijf, die als bestuurlijk, juridisch, en economisch centrum fungeerde. De gronden waren grotendeels uitgegeven aan horige boere...
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (hoven), tuin; de - Eden; zich in den - vermeiden, wandelen. ~, o. vorstelijk verblijf, -huis, paleis; gerechtshof, al de personen d...
  5. paleis en huishouding van de koning(in) vb: aan het hof wordt hier niet over gesproken de hof van Eden [het paradijs]
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met hof:
hof van assisenhof van beroephofalhofdamehoffelijkhoffelijkheidhofjehofkershofmaarschalkhofmaarschalkenhofmeesterhofmeesterboterhofmeestershofnarhofstaathofstede

Deze woorden eindigen op hof:
doolhofgerechtshofkerkhofhooggerechtshofarbeidshofArbitragehofkoolhofchoflusthofbegijnhofpachthof

Herkomst volgens etymologiebank.nl
hof (omsloten ruimte; adellijke omgeving; rechtsprekende instantie)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `hof`.