het sportpark
zelfst.naamw.
| Uitspraak: | ['spɔrtpɑrk] |
| Afbreekpatroon: | sport·park |
| Verbuigingen: | sportparken (meerv.) |
terrein met gebouwen, velden en andere voorzieningen om aan allerlei sporten te doen | Voorbeeld: | `Op dit sportpark zijn accommodaties voor voetbal, hockey, tennis, handbal, korfbal en rugby.` | |
1 definitie op Encyclo
- 1) Sportruimte 2) Stadion 3) Sportterrein
Toon uitgebreidere definitiesVraag & Antwoord voor je slimme speaker
Is het 'de sportpark' of 'het sportpark'?
Het is 'het sportpark', want sportpark is onzijdig. Als je het aanwijst is het 'dat sportpark'.
Wat is het meervoud van sportpark?
Het meervoud van sportpark is 'sportparken'. Eén sportpark, twee sportparken.
Wat betekent sportpark?
'terrein met gebouwen, velden en andere voorzieningen om aan allerlei sporten te doen'
Hoe spel je sportpark?
sportpark spel je S P O R T P A R K Op andere websites
Zoek sportpark in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek sportpark op
Google
Zoek sportpark op
Woordenlijst.org
Zoek sportpark in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek sportpark op
Wikipedia