I over

bijwoord
Uitspraak:  ovər]

1) van de ene plaats naar de andere
Voorbeeld:  `Ze liepen het plein over.`

2) nog niet weg
Voorbeelden:  `Hoeveel is er nog over van die zak snoepjes?`,
`Na het bombardement was er niet veel van de binnenstad over.`
Synoniemen:  overgebleven, resterend

3) voorbij
Voorbeeld:  `Gisteren deed het nog pijn, maar nu is het over.`
Synoniem:  afgelopen
game over  (spelletje afgelopen)


II over

voorzetsel
Uitspraak:  ovər]

1) op een oppervlak in een bepaalde richting
Voorbeelden:  `over een brug rijden`,
`De trommel viel en de koekjes rolden over de grond.`

2) via
Voorbeelden:  `Dat bespreek ik liever niet over de telefoon.`,
`Er was een ongeluk gebeurd, dus we moesten helemaal omrijden over Utrecht.`
Synoniem:  langs

3) <in tijd of afstand>
verder
Voorbeelden:  `over tien minuten`,
`over de rand plassen`
Synoniem:  voorbij

4) wat betreft
Voorbeelden:  `Over die man wil ik niets meer horen.`,
`Over de Tweede Wereldoorlog zijn honderden speelfilms gemaakt.`
Synoniem:  betreffende

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan aangaande af afgedaan afgelopen beëindigd betreffende boven gedaan geëindigd gepleegd gereed in klaar langs met overgebleven overheen pleging uit van viering voltooid voorbij

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn kap over de haag hangen (=uittreden uit klooster of priesterschap)
• zich het hoofd breken over iets. (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag.)
• zich druk maken over (=zich kwaad maken om, zich aantrekken van)
• vel over been zijn (=erg mager zijn)
• Tot over je oren in het werk zitten (=heel veel werk hebben)
Toon alle 94 spreekwoorden die over bevatten

Taaladvies
  1. Binnen / over: (- een week, tien dagen) Is er een verschil tussen Ik doe dat binnen een week en Ik doe dat over een week?
  2. Na / over: (tien - drie) Is het tien na drie of tien over drie?
  3. Met / over / binnen: (- een week) Is het voorzetsel met juist gebruikt in de zin Met een week ga ik op vakantie?


Intensiveringen
Hoe kun je met over een ander begrip versterken?
overbekend; overbeleefd; overgaar; overgevoelig; overheerlijk; overoud; overrijp; overvol; over-; overbezorgd; overduidelijk;

10 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijwoord] aan de andere zijde, aan de overzijde; overig, nog in voorraad, nog beschikbaar; voorbij, geweest; er is geld - (te veel); h...
  2. nog een keer vb: ik doe dat werk wel over Synoniemen: alweer nogmaals opnieuw voorbij vb: mijn hoofdpijn is over van de ene kant naar de andere vb: hij liep het plein ove...
  3. • [seppart] . • [pronadvpart] •voorbij, gedaan. •nog resterend.
  4. om aan te geven wat het onderwerp is vb: hij weet alles over molens Synoniemen: inzake omtrent van betreffende aangaande verder dan, er voorbij vb: het is tien over drie ...
  5. [Belgisch Nederlands] (in tijdsbepalingen) voor
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met over:
over-overmorgenoveractoveractenoveracterenoveracteuroveractiefoveractteoveracttenoveraloveralloverallsoveralsoverbelastoverbelastenoverbelastingoverbelastteoverbelasttenoverbelichtoverbelichtteoverbelichtten
Toon alle woorden die beginnen met over

Deze woorden eindigen op over:
achteroverbeschikken overbetoverblijf overboek overbreng overbrief overcoverdaaroverdenken overdoe overdraag overdrijf overdruk achteroverdruk overerf overeroverflip-overfly-overga over
Toon alle woorden die eindigen op over

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `over`.