I in

bijwoord
Uitspraak:  [ɪn]

1) in een richting naar binnen
Voorbeeld:  `De pianist komt de zaal in.`
Antoniem:  uit

2) in de mode
Voorbeeld:  `Een kaalgeschoren hoofd bij mannen is in.`
Antoniem:  uit
Synoniem:  populair

3) binnen de lijnen sport
Voorbeeld:  `De bal is in.`

4)
Dat wil er bij mij niet in.  (dat kan ik niet geloven)

5)
ergens in kunnen komen  (iets kunnen begrijpen) `Ik kan erin komen dat hij na al die ellende niet meer naar zijn ouders gaat.`


II in

voorzetsel
Uitspraak:  [ɪn]

1) <je gebruikt dit woord voor de plaats waarbinnen iets of iemand is>
Voorbeeld:  `de auto in de garage zetten`

2) <je gebruikt dit woord voor een tijdstip of tijdsduur>
Voorbeelden:  `In het jaar 2000 waren hier veel toeristen.`,
`In een uurtje zijn we bij je.`

3) <je gebruikt dit woord voor een getal of hoeveelheid>
Voorbeeld:  `een taart in twaalf stukken verdelen`
in de veertig zijn  (tussen veertig en vijftig jaar oud zijn)

4) <je gebruikt dit woord als vast voorzetsel bij andere woorden>
Voorbeelden:  `in slaap vallen`,
`de handel in aandelen`,
`goed zijn in rekenen`,
`in hoog tempo je geld uitgeven`,
`Hoe een beschaafd mens kan veranderen in een bruut.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aan aangaande betreffende binnen met op over per snel te van

Spreekwoorden en zegswijzen
• zwijgen in alle talen (=helemaal niets zeggen, niets van zich laten horen)
• zwemmen in (=meer dan genoeg hebben)
• zout in de wond strooien. (=iemands leed verergeren.)
• zo zit de vork in de steel (=zo zit dat!)
• zo welkom als een hond in de keuken (=absoluut niet welkom)
Toon alle 704 spreekwoorden die in bevatten

Taaladvies
  1. In / op + eilandnaam: Is het juiste voorzetsel in of op bij namen van eilanden en eilandengroepen, bijvoorbeeld: - in/op Sint-Maarten; - in/op IJsland; - in/op de Filipijnen; - in/op de Nederlandse Antillen?
  2. Te / in: (in plaatsaanduiding) Wat is correct: De trein komt aan te Leuven of De trein komt aan in Leuven?


Intensiveringen
Hoe kun je met in een ander begrip versterken?
inkoud; inslecht; intriest;

11 definities op Encyclo
  1. in, op, aan, bij, naar
  2. De tweede negen holes (10 - 18) op een achttien holes baan.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: vz. - (binnen het) huis; - (binnen) de stad; - (gedurende) den zomer; - (tegen, naar) het einde; zij is goed - de dertig, zij is ver ov...
  4. niet (als woorddeel, ook im of il) vb: informeel, immobiel, illegaal geeft een richting aan vb: we gingen het bos in in de mode vb: lange rokken zijn weer in Tegenstellin...
  5. Symbool voor het indium element uit het periodiek systeem.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met in:
in casuin der minnein der minne schikkenin dubioin duigen vallenin grote getalein groten getalein koelen bloedein memoriamin samenwerking metin situin spein vitroin vivoin- en inbedroefdin- en inblauwin- en inbleekin- en inblijin- en inboosin- en inbraaf
Toon alle woorden die beginnen met in

Deze woorden eindigen op in:
achterinachtertuinachtervolgingswaanzinadem inajuinbackspinbaker inbaleinbassinbazinbazuinbed inbedrijfsterreinbedrijventerreinbeginbeminbenjaminberusten inbinbind in
Toon alle woorden die eindigen op in

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `in` kennen.