Gezegden,

uitdrukkingen, gezegden en spreekswijzen

Zoek


122 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `over`

  1. aan de heidenen overgeleverd (=in zware moeilijkheden - in de macht van mensen zonder scrupules)
  2. aan de Turken overgeleverd zijn (=slecht behandeld, bedrogen, mishandeld worden)
  3. achter de puttings overboord vallen (=reddeloos verloren zijn)
  4. alles over de vloer halen (=alles verplaatsen)
  5. alles over een kam scheren (=alles en iedereen gelijk stellen)
  6. als bij toverslag (=zeer snel, plotseling)
  7. als de maan vol is schijnt ze overal (=als iemand gelukkig is, kan iedereen dat zien)
  8. als een blinde over de kleuren oordelen (=spreken alsof men een kenner is, over iets waar men niets van weet)
  9. als er één schaap over de dam is, volgen er meer (=als één persoon iets nieuws geprobeerd heeft, durven anderen ook wel)
  10. als warme broodjes over de toonbank gaan (=zeer goed verkopen)
  11. alsof er een engeltje over je tong piest (=iets lekker vinden)
  12. dat is de druppel die de emmer doet overlopen (=dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd)
  13. De één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. (=Sommigen mogen alles, anderen mogen niets)
  14. de egards (tegenover iemand) in acht nemen (=met de nodige beleefdheid behandelen)
  15. de gal loopt over (=boos worden)
  16. de hand over zijn hart strijken (=voor één keer toestaan)
  17. de kap over de haag smijten (=zijn priester- of kloostergelofte verbreken)
  18. de overhand hebben (=iets is meer aanwezig dan het ander / meer invloed hebben)
  19. de rubicon overtrekken (=de beslissende stap ondernemen)
  20. de vijl erover laten gaan (=er de scherpe kantjes van afhalen)
  21. de vogel over het net laten vliegen (=goede kansen niet aangrijpen)
  22. de vruchten zullen de beloften der bloemen overtreffen (=het is nu al goed, maar het eindresultaat wordt nog veel beter)
  23. denken moet je aan een paard overlaten, dat heeft een groter hoofd (=niet te veel denken maar doen)
  24. Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd. (=Je moet niet te veel denken)
  25. een Pyrrhusoverwinning behalen (=winnen wat zoveel heeft gekost dat je de volgende ronde niet meer aan kan)
  26. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  27. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  28. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  29. er loopt hem een luis over de lever (=hij windt zich al over het minste op)
  30. er niet over uit kunnen (=er niet over kunnen zwijgen, er zwaar door getroffen zijn)
  31. er over oordelen als een blinde over de kleuren (=erover oordelen zonder kennis van zaken)
  32. ergens een balletje over opgooien (=ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  33. ergens een nachtje over willen slapen (=er eerst over na willen denken)
  34. ergens je eigen plasje overheen doen (=iets een beetje veranderen zodat helemaal naar je zin is. In werksituaties kan dit soms uit de hand lopen, als er veel belanghebbers zijn die allemaal hun eigen plasje over een document willen doen. Het kan dan resulteren in een onleesbare tekst.)
  35. ergens mee inzitten / ergens over inzitten (=zich ergens zorgen over maken)
  36. ergens over vallen (=zich een probleem aantrekken)
  37. fiolen van toorn over iemand uitstorten (=aan iemand duidelijk laten blijken dat je kwaad op diegene bent)
  38. geen klaviertje over slaan (=alle bijzonderheden in acht nemen)
  39. geen man over boord zijn (=iets is niet zo erg, het had veel erger gekund)
  40. geld over de balk gooien (of smijten) (=geld verspillen, zonder nadenken uitgeven)
  41. getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
  42. gods water over gods akker laten lopen (=de dingen op hun beloop laten)
  43. hals over kop (=ondoordacht snel)
  44. hand over hand toenemen (=iets wordt steeds erger)
  45. het beste paard van stal wordt overgeslagen (=grappige uitspraak wanneer iemand overgeslagen wordt)
  46. het dunnetjes overdoen (=het nog een keertje op dezelfde manier herdoen)
  47. Het hebben over blauwe aardappelen en blauwe sokken (=Zonder het aanvankelijk beseft te hebben over verschillende zaken spreken)
  48. het leven gaat niet altijd over rozen (=het is niet altijd zo mooi, iedereen heeft wel eens tegenvallers)
  49. het over een andere boeg gooien (=het anders aanpakken)
  50. het vel over de oren halen/trekken (=geld afpersen)

258 betekenissen bevatten `over`

  1. aan de fep zijn (=(overmatig) drinken)
  2. plat op de buik gaan (=aan iemand toegeven, zich overleveren)
  3. ruw laten stikken (=aan zijn lot overlaten)
  4. in zijn eigen vet gaar koken (=aan zijn lot overlaten (iemand die iets misdaan heeft))
  5. kinderen die zwijgen zullen ook nooit wat krijgen (=aanvulling op `Kinderen die vragen worden overgeslagen.`)
  6. de lijdensbeker tot de bodem ledigen (=al het slechte, tot het laatste toe, over zich heen krijgen)
  7. Niemand zoekt de ander in de oven als hij er zich niet zelf in verstopt heeft (=Alleen wie zelf slecht is denkt slecht over anderen)
  8. iemand over de hekel halen (=allerlei slechte dingen vertellen over iemand)
  9. de volle laag krijgen (=alles over zich heen krijgen)
  10. komt men over de hond, dan komt men over de staart (=als de grootste moeilijkheden overwonnen zijn, dan komt de rest vanzelf)
  11. komt tijd komt raad (=als er genoeg tijd overheen gaat, komt de oplossing vanzelf)
  12. gedeelde smart is halve smart (=als je over problemen praat, dan kan je het makkelijker verwerken / door de problemen/ellende van een ander is het gemakkelijker de eigen problemen/ellende te dragen)
  13. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  14. goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  15. op zijn stokpaard rijden (=altijd over hetzelfde praten of klagen)
  16. onder zich hebben (=baas zijn over)
  17. Je bent om op te eten (met boter en suiker). (=Beeldig, snoezig, hartveroverend, snoeperig.)
  18. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  19. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  20. op zijn zenuwen leven (=bijna overspannen geraken)
  21. kinderen die vragen worden overgeslagen (=brutale kinderen die altijd overal om vragen, worden genegeerd)
  22. Daar zijn de daken met vlaaien bedekt (=Daar is men rijk / Daar heeft men overvloed)
  23. dat ligt hem in zijn mond bestorven (=daar spreekt hij veel over)
  24. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  25. dat gaat je niet in de kouwe/koude kleren zitten (=dat is heel ingrijpend. Daar ben je niet snel overheen (bijvoorbeeld een traumatische ervaring))
  26. Dat hangt als een schijthuis boven de gracht (=Dat is overduidelijk)
  27. dat is een waarheid als een koe (=dat is overduidelijk waar)
  28. dat spreekt boekdelen (=dat is overduidelijk, bijv. 'zijn gezicht spreekt boekdelen')
  29. dat is Beulemans Frans (=dat is slecht Frans spreken. In België zeggen de Vlamingen dat over Waals. Walloniërs op hun beurt vinden Vlaams weer slecht Nederlands)
  30. de broek aan hebben (=de baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben)
  31. het kastje bij het muurtje laten blijven (=de dingen niet gaan overdrijven)
  32. het gouden kalf aanbidden (=de hoogste waarde hechten aan geld / zich onderdanig gedragen tegenover rijken)
  33. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  34. iemand kunnen maken en breken (=de mogelijkheid hebben te beslissingen over iemands leven en dood en welbevinden)
  35. niet door de beugel kunnen (=de norm overschrijden van wat aanvaardbaar of behoorlijk is)
  36. de grote vissen eten de kleine (=de ondergeschikten moeten doen wat de baas zegt / het slachtoffer worden van overmacht.)
  37. een streep door de rekening halen (=de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben)
  38. als men van de duivel spreekt trapt men hem op zijn staart (=degene waarover men spreekt, laat zich dikwijls op dat moment zien)
  39. bezint eer ge begint (=denk goed na over de gevolgen voordat je actie onderneemt)
  40. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  41. eigen roem/lof stinkt (=door over jezelf op te scheppen maak je een nare indruk)
  42. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  43. is de paus katholiek? (=een antwoord op een vraag waarvan het antwoord overduidelijk `Ja` is)
  44. Het beste paard van stal vergeten. (=Een belangrijk persoon over het hoofd zien)
  45. een slimme vogel (=een handig persoon met overal een oplossing voor)
  46. een scheve schaats rijden (=een misstap begaan. Een morele regel overtreden)
  47. een heet hangijzer (=een moeilijk onderwerp waar veel discussie over bestaat)
  48. Een oud paard hoort graag het klappen van de zweep. (=Een oud persoon hoort graag verhalen over het oude vakmanschap)
  49. brave hendrik (=een persoon die op overdreven wijze de regeltjes volgt)
  50. tegen het zere been schoppen (=een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt)

Het dialectenwoordenboek kent 426 spreekwoorden met `over`

  1. Westerkwartiers: hij zicht overaal oap'n en beer'n (=hij ziet overal moeilijkheden)
  2. Walshoutems: Ich hûb mich vergallopêêd (=Ik heb mij overdaan)
  3. Sint-Niklaas: da zé kosten op ' t steirf uis (=nutteloze, overbodige uitgaven doen)
  4. Munsterbilzen - Minsters: ter as piet snot bijston (=overbodig zijn)
  5. Bilzers: de penszak authange (=overdadig eten en drinken)
  6. Oudenbosch: van mijn geld zulle ze gin kuiltjes pisse (=er zal weinig overblijven)
  7. Waregems: mee veel vijv'ns en zessn's (=met overbodig veel commentaar)
  8. Westerkwartiers: wat 'n pobbekaast (=wat een overbodig gedoe)
  9. Westfries: op broôd gaan (=onder de middag overblijven op school)
  10. Sint-Niklaas: overanderen dag.... (=om de twee dagen...)
  11. Weerts: gae mótj gein spek in e vet vêrreke staeke (=iemand niet overdadig begunstigen)
  12. Sint-Niklaas: dur bijzitten gelèk nen uil op ne kluit (=ergens overbodig zijn)
  13. Westerkwartiers: zij stekt overaal heur neus ien (=zij wil altijd alles weten)
  14. Huizers: Zain aigen mast overboord zailen (=Zijn eigen boontjes doppen)
  15. Sint-Niklaas: è plakt overal (=overal maakt hij schulden)
  16. Klemskerks: zuupm en zeeëkng: overdadig drinken met losbandig gedrag tot gevolg (=zuipen en zeiken)
  17. Zaans: Alle vrachies lichte zai de skipper, en gooide ze vrouw overboord (=Dat scheelt weer, in bagage/in gewicht)
  18. Ossies: Oan de ratz zijn (=overal gaan buurten)
  19. Zaans: Je kenne van elleke skeet wel een donderslag make (=Je kunt je overal wel over opwinden)
  20. Westerkwartiers: die is altied ongriepboar (=die glipt altijd overal tussendoor)
  21. Westerkwartiers: hij is zwoar op 'e haand (=hij ziet overal problemen)
  22. Lichtervelds: jis ovrol bie en an (=hij is overal bij betrokken)
  23. Munsterbilzen - Minsters: I (=profiteurs lopen overal)
  24. Twents: pip a de linkere vetveere (=overal last van hebben)
  25. Sint-Niklaas: ei angdon min sleppen (=hij volgt mij overal)
  26. Westerkwartiers: de pokkel dut mie zeer (=ik voel overal pijn)
  27. Westerkwartiers: elk woarom het zien doarom (=overal is een reden voor)
  28. Weerts: oeëveral merd aan hebbe (=overal lak aan hebben)
  29. Drents: Hej knienen dan hej ok keutels (=overal zitten consequenties aan)
  30. Tilburgs: gij moet òk overal bij zén mee oewe grèze (=jij wil ook overal bij zijn)
  31. Westerkwartiers: dat goedje is net hoarlemmereulie (=dat spul is overal goed voor)
  32. Venloos: altiëd aan de letste mem hange (=overal achteraan lopen (figuurlijk))
  33. Westerkwartiers: die is mak ien alle zeel'n (=die voelt zich overal thuis)
  34. Lichtervelds: je zit mè ze gat vul schuldn (=hij heeft overal schulden)
  35. Kinrooi: Ouge spraeken euveral dezelfdje taal! (=Ogen spreken overal dezelfde taal!)
  36. Munsterbilzen - Minsters: t ès mèr stil bau et nauts wêt (=overal is wel eens ruzie)
  37. Westerkwartiers: niet alle holt is timmerholt (=niet alles is overal geschikt voor)
  38. Sallands: a-j knienen hebt, he-j ok köttels (=overal zitten consequenties aan)
  39. kortemarks: je sloat ovrol znen oak in (=hij bemoeit zich overal mee)
  40. Eersels: Reusel, Reusel, koeien in dn wei, verkes in dn stal, 't stinkt dr overal. (=Rijmpje over Reusel, een dorp in Brabant)
  41. Tilburgs: dè wèèf roetst ooveral op aaf (=die vrouw vliegt overal op af)
  42. Merenaars: 't es stillekes wur dat nujet ni woeët (=er valt overal wel eens een woordje)
  43. Sint-Niklaas: plakploster (=iemand die overal blijft hangen en niet naar huis kan gaan)
  44. Munsterbilzen - Minsters: de moes nie op ielke slek zaat wille lègge (=je moet niet overal commentaar op geven)
  45. Drents: Elk paradies hef zien eigen slang/Elk paradies hef zien eigen zoere appel (=overal is wel iets)
  46. Iepers: e zoet de duvels doen dansn (=van iemand die overal ruzie stookt)
  47. Tilburgs: meej de kèrremes stòn ooveral pòllingkraome (=tijdens de kermis staan overal palingkramen)
  48. Munsterbilzen - Minsters: de hoes nie aon ne boom te hange vürren eekel te zin (=dommeriken lopen er overal)
  49. Sint-Niklaas: kang nog mor alleen ô makoar mè oaken en oûgen (=ik heb overal pijn)
  50. Munsterbilzen - Minsters: ermoej ès troef (=overal waar je kijkt zie je ellende)



Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook: Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlanse vertalingen