opscheppen

werkw.
Uitspraak:  ɔpsxɛpə(n)]
Vervoegingen:  schepte op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft opgeschept (volt.deelw.)

1) over iets van jezelf praten en daarbij overdrijven over wat er goed aan is
Voorbeeld:  `Hij zat geweldig op te scheppen over zijn acteertalent.`

2) (eten) uit een schaal of een pan op een bord leggen
Voorbeeld:  `Het is lekker, schep mij nog maar een keer op.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bluffen eten opscheppen grootspreken opdissen opsnijden pochen scheppen snoeven snorken stoffen zich bedienen zich bedienen aan tafel zwetsen

Spreekwoorden en zegswijzen
• maar voor het opscheppen hebben (=meer dan genoeg hebben, zonder er iets voor te moeten doen)
• de peentjes opscheppen (=de boel opruimen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Waar komt de gebraden haan uithangen vandaan en wat wordt ermee bedoeld? Zie De gebraden haan uithangen

6 definities op Encyclo
  • •Voedsel uit een schaal of pan op een bord doen. •Aangedikte beweringen slaken. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • Spreekwoorden: (1914) Opscheppen, d.i. bluffen, snoeven, met veel drukte spreken; eene elliptische uitdrukking, die in de 16<sup>de<-sup> eeuw luidde met de g...
  • op je bord scheppen vb: mag ik nog wat opscheppen? ergens veel nadruk op leggen omdat je er erg trots op bent vb: hij schepte op over zijn knappe zoon
  • In een maatschappij waarin de waarde van een mens wordt afgemeten aan zijn prestaties, is opschepperij een normaal verschijnsel. Op jonge leeftijd leren mensen al dat het...
  • snoeven Jaar van herkomst: 1914 (GVD )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    opscheppen (snoeven)