zwetsen

werkw.
Uitspraak:  zwɛtsə(n)]
Vervoegingen:  zwetste (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezwetst (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

praten zonder na te denken over wat je zegt
Voorbeelden:  `in een café zitten zwetsen`,
`Ze zwetsen maar wat, trek het je niet aan.`
Synoniem:  zwammer

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bluffen leuteren lullen opscheppen pochen snoeven snorken stoffen zeveren zwammen

Intensiveringen
Uitdrukkingen die zwetsen betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
praten/kletsen als een kip zonder kop; uit je nekharen kletsen; uit je nekharen lullen;

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] (ik zwetste, heb gezwetst), veel en onbedachtzaam spreken; grootspreken, snoeven, pochen. *...ER, m., *...STER,...
  2. •zwammen, kletsen. •luidruchtig opscheppen; pochen.
  3. 1) Blagueren 2) Bluffen 3) Dazen 4) Grootspreken 5) Ijlen 6) Kletsen 7) Leuteren 8) Lullen 9) Luidruchtig opscheppen 10) Onzin uitkramen 11) Opscheppen 12) Opsnijden 13) ...
  4. onzin uitkramen; kletsen
  5. onbedachtzaam spreken Jaar van herkomst: 1477 (Teuth. )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zwetsen (onbedachtzaam spreken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 73% van de Vlamingen het woord `zwetsen`.