extrapoleren

werkw.
Uitspraak:  [ɛkstrapo'lerə(n)]
Vervoegingen:  extrapoleerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geëxtrapoleerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

op basis van gegevens verwachtingen uitspreken over iets waarvan je geen gegevens hebt
Voorbeeld:  `Gegevens over dieren kun je niet zomaar extrapoleren naar mensen, daar zijn ze te verschillend voor.`

© Kernerman Dictionaries.

4 definities op Encyclo
  1. Syn.: extrapolatie Def.: uit bekende termen van een reeks daarbuiten gelegen termen berekenen
  2. Het naar de toekomst doortrekken van een bepaalde ontwikkeling. Stel dat een grootheid met gemiddeld twee procent per jaar groeit, dan extrapoleer je als je aanneemt dat ...
  3. Eng: extrapolate wiskunde - uit bekende termen van een reeks berekenen van daarbuiten gelegen termen, doorberekenen…
  4. uit bekende termen daarbuiten liggende termen berekenen Jaar van herkomst: 1925 (Aanv WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
extrapoleren ( een reeks voortzetten buiten het oorspronkelijke gebied)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 89% van de Nederlanders en 90% van de Vlamingen het woord `extrapoleren`.