overschatten

werkw.
Uitspraak:  [ovərˈsxɑtə(n)]
Vervoegingen:  overschatte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft overschat (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

belangrijker of groter vinden dan iets of iemand is
Voorbeeld:  `De meeste managers overschatten hun eigen kwaliteiten.`
Antoniem:  onderschatten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
onderschatten (antoniem)

Taaladvies
Overschatten / onderschatten: (niet te -) Als ik wil aangeven dat ik iets bijzonder positief waardeer, gebruik ik dan niet te overschatten of niet te onderschatten?

2 definities op Encyclo
  1. denken dat hij meer of beter of moeilijker is dan in werkelijkheid vb: de juf overschat Mitchel volgens mij Tegenstelling: onderschatten
  2. 1) Te hoge waarde toekennen aan
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `overschatten` kennen.