ontlopen

werkw.
Uitspraak:  [ɔntˈlopə(n)]
Vervoegingen:  ontliep (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft, is ontlopen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) moeite doen om (iemand) niet tegen te komen
Voorbeeld:  `Buiten het werk ontliep hij zijn collega's zo veel mogelijk.`
Synoniem:  ontwijken

2)
elkaar niet veel ontlopen  (niet veel verschillen) `De premies van de ziektekostenverzekeringen ontlopen elkaar niet veel.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
mijden mijding omtrekkenbeweging ontduiken ontwijken schuwen trachten te ontkomen aan uit de weg gaan uiteenlopen verhoeden vermijden vermijding

2 definities op Encyclo
  1. uit de weg gaan door niet te blijven vb: je kunt je noodlot niet ontlopen weinig van elkaar verschillen vb: die twee oplossingen ontlopen elkaar niet veel
  2. 1) Bewust niet ontmoeten 2) Mijden 3) Mijding 4) Omtrekkenbeweging 5) Omzeilen 6) Ontduiken 7) Ontkomen 8) Ontrennen 9) Ontspringen 10) Ontvlieden 11) Ontwijken 12) Schuw...
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `ontlopen`.