minderen

werkw.
Uitspraak:  ['mɪndərə(n)]
Vervoegingen:  minderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geminderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

kleiner of minder laten worden
Voorbeelden:  `Helemaal stoppen met snoepen vind ik te moeilijk, maar ik ben wel flink aan het minderen.`,
`Na middernacht begon het lawaai wat te minderen.`,
`vaart minderen bij het naderen van een kruising`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afnemen beperken dalen declineren inkrimpen inperken korten krimpen minder worden minworden reduceren slinken tanen terugbrengen teruggaan terugnemen verkorten verlagen verminderen vervallen meerderen (antoniem)

3 definities op Encyclo
  1. minder of kleiner worden vb: de pijn begint al iets te minderen vaart minderen [langzaam gaan rijden]
  2. ZEIL MINDEREN: het totale zeiloppervlak verminderen. Men kan het zeiloppervlak verminderen door zeilen weg te nemen, te reven, een eventuele bonnet af te nemen. Met nokke...
  3. 1) Afnemen 2) Beperken 3) Dalen 4) Declineren 5) Inkrimpen 6) Inperken 7) Kleiner maken 8) Korten 9) Krimpen 10) Matigen 11) Minworden 12) Reduceren 13) Remitteren 14) Sl...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op minderen:
consuminderenverminderen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
minderen

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 98% van de Vlamingen het woord `minderen`.