de trap

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [trɑp]
Verbuigingen:  trap|pen (meerv.)

1) schuine constructie bestaande uit een aantal treden waarlangs je van beneden naar boven en andersom kunt lopen
Voorbeeld:  `keukentrapje`
de trap op lopen/komen  (naar boven lopen)
de trap af lopen/komen  (naar beneden lopen)
Ben je van de trap gevallen?  (is je haar geknipt?)

2) harde tik met de voet
Voorbeeld:  `iemand een trap geven/verkopen`
Synoniem:  schop
een vrije trap  ((bij voetbal) een schot tegen de bal zonder dat de tegenpartij je daarbij mag hinderen)
iemand een trap na geven  (iemand na een vervelende gebeurtenis nog eens extra kwetsen)

3) fase in een bepaalde ontwikkeling
Synoniemen:  stadium, graad
de hoogste trap van de maatschappelijke ladder bereiken  (een hoge maatschappelijke positie bereiken)
de trappen van vergelijking  (de verschillende gradaties van een bijvoeglijk naamwoord, bijvoorbeeld 'mooi', 'mooier' en 'mooist')

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
brandtrap fase graad hengst ladder opgang schop stadium trapje voetbeweging

12 definities op Encyclo
  1. schuin bouwsel met treden waarlangs je naar boven of beneden kunt vb: hij gaat via de trap naar boven hij is van de trap gevallen [zijn haar is erg kort] hij staat op de ...
  2. De verschillende vormen van adjectieven die aangeven in welke graad de hoedanigheid aanwezig is Men onderscheidt: positief, comparatief, superlatief en elatief
  3. Uit traptreden bestaand bouwwerk om naar boven of beneden te gaan, meestal in een gebouw. De hoogte tussen twee treden heet optrede, de diepte van een trede heet aantred...
  4. Let op: Spelling van 1858 Drep, Dorzucht, eene ziekte der schapen, waarbij het voeder hen doet uitteren, en zij, na eenige weken, sterven
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-pen), het trappen, het doen of geven van een trap; het treden met den voet, tred. ~, verhevenheid (van hout, steen enz.) door midd...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met trap:
trap aantrap aftrap intrap natrap opentrap plattrap uittrapautotrapboottrapezetrapezestrapezewerkerstrapeziatrapeziumtrapeziumstrapgeveltrapgevelstrapleertraplerentrapleuning
Toon alle woorden die beginnen met trap

Deze woorden eindigen op trap:
betrapboobytrapbrandtrapspiltraproltraptoontrapvistrapvertrapgeveltrapaftrapvergrotende trapovertreffende trapstellende trapvergelijkende trap
Toon alle woorden die eindigen op trap

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. trap (schop; constructie met treden)
  2. trap (vogel)
  3. trapgans (grote trap)
  4. trap


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `trap`.