matigen

werkw.
Uitspraak:  ['matəxə(n)]
Vervoegingen:  matigde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gematigd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

minder laten worden
Voorbeeld:  `matig uw snelheid`
Synoniem:  beperken
zich matigen  (minder doen of willen dan eerst) Synoniem: zich inhouden

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bedaren bedwingen beheersen beperken besparen beteugelen bezuinigen dempen geld besparen intomen korten lenigen met mate gebruiken minder gebruiken mingebruiken temperen verzachten zich matigen

4 definities op Encyclo
  1. je beheersen, niets zeggen, terwijl je dat graag zou willen vb: je moet je hier wel een beetje matigen, hoor! matig je wat! [doe eens wat kalmer aan!]
  2. •minder uitbundig of extreem optreden.
  3. 1) Afremmen 2) Bedaren 3) Bedwingen 4) Beheersen 5) Beperken 6) Besparen 7) Beteugelen 8) Bezuinigen 9) Cohiberen 10) Dempen 11) Inbinden 12) Inperken 13) Intomen 14) Kal...
  4. temperen Jaar van herkomst: 1450 (MNW )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op matigen:
aanmatigen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
matigen (temperen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `matigen`.