mark

zelfst.naamw.
Verbuigingen:  marken
Verbuigingen:  markje

1) de mark (m): munteenheid tot vóór de invoering van de euro in Duitsland in gebruikt
Voorbeeld:  `Ik heb nog een paar oude markjes bewaard.`

2) de mark (m): / een leen dat grensde aan het gebied van een ander rijk, meestal bestuurd door een markgraaf of markies
Voorbeeld:  `De naam Denemarken maakt duidelijk dat dit gebied een mark was aan de grens met de Franken.`

3) de mark (m): / een ongecultiveerd stuk land in gemeenschappelijk bezit


Bron: WikiWoordenboek.

22 definities op Encyclo
  1. merkel.
  2. gewichtseenheid voor het wegen van goud, zilver en edelgesteenten. Niet overal even zwaar, maar meest 230,4 gram, en dan genoemd mark-troys, naar de stad Troyes in Frankr...
  3. Grensland
  4. Categorie: Keltisch Mark was de koning van Cornwall in de Bretonse mythe van Tristan en Iseult (ook bekend als Isolde). Hij was de voogd van zijn neef Tristan en de echtg...
  5. Een type van pariteit, waarbij het pariteitsbit altijd `H` is, onafhankelijk van de data.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met mark:
markantmarkeermarkeerdemarkeerdenmarkeerstiftmarkeertmarkenmarkermarkerenmarkeringmarketmarketenmarketingmarketingafdelingmarketingmanagersmarketingmixmarkettemarkettenmarkgraafmarkgraven
Toon alle woorden die beginnen met mark

Deze woorden eindigen op mark:
benchmarkbookmarkearmarktelemark
Toon alle woorden die eindigen op mark

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. mark (grens)
  2. mark (munteenheid)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 91% van de Nederlanders en 83% van de Vlamingen het woord `mark`.