luid

bijv.naamw.
Uitspraak:  [lœyt]

wat veel geluid maakt
Voorbeeld:  `een luid applaus`
Antoniem:  zacht
Synoniem:  hard

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
druk hard hardop lawaaierig luid klinkend luidkeels luidruchtig rumoerig uit volle borst zwaar

Spreekwoorden en zegswijzen
• iemands geluid niet horen (=niet naar iemand willen luisteren)
• hij heeft de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt (=hij weet er wel iets over, maar kent de juiste toedracht niet)
• de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
• de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
• de grote klok luiden (=op opvallende wijze bekend maken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met luid een ander begrip versterken?
luid en duidelijk
Uitdrukkingen die luid betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
dat horen en zien je vergaat; stem als een klok; stem als een misthoorn; uit volle borst zingen;

9 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), gehoord kunnende worden, hard (van toonen of klanken); met -er stem spreken. ~, o. n...
  2. commando aan den hond, dat hij blaffen moet
  3. luid jagen, aanslaan bij het vervolgen van wild
  4. krachtig, overduidelijk te horen vb: met luide stem riep hij ons Synoniem: hard Tegenstelling: zacht
  5. •veel lawaai producerend.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met luid:
luid inluid uitluiddeluiddenluidenluidensluiderluidheidluidkeelsluidopluidruchtigluidruchtigheidluidsprekerluidsprekerboxluidsprekerboxenluidsprekerkastluidsprekersluidt

Deze woorden eindigen op luid:
geluidingeluiddierengeluidstemgeluidmotorgeluiduitgeluidverluidzaalgeluid

Herkomst volgens etymologiebank.nl
luid (bn. en in de uitdrukking naar luid van)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `luid`.