het koren

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [ˈkorə(n)]

plant waarvan de vrucht gebruikt wordt als grondstof voor voedsel
Voorbeelden:  `korenveld`,
`Koren wordt verwerkt in brood.`
Synoniem:  graan

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gerst graan zangkoren

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn zeis in een anders koren slaan (=stelen, zich in het werk van iemand anders bemoeien)
• zijn korentje groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen)
• zijn koren groen eten (=zich geen zorgen maken om de toekomst, niet sparen)
• kaf onder het koren (=het minder goede onder het goede)
• het koren van de molen zenden (=de klanten wegjagen - zichzelf benadelen)
Toon alle 8 spreekwoorden die koren bevatten

11 definities op Encyclo
  • verzamelnaam voor soorten graan vb: haver, gerst en tarwe noem je koren dat is koren op zijn molen [dat komt hem heel goed uit]
  • •gewas van graan.
  • Ruimten in christelijke kerken waarin zich het hoogaltaar bevindt en die gereserveerd zijn voor gebruik door geestelijken. Behelst ook het zangkoor wanneer dat aanwezig i...
  • braken, overgeven
  • Koren is een Griekse meisjesnaam. Het betekent `maagd`. Extra info: Kore, Koren, Korene, Korinna
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met koren:
    korenbloemkorenbloemblauwkorenhalmenkorenmaatkorenmarktkorenmarktenkorenslakorenwijn

    Deze woorden eindigen op koren:
    a-capellakorenbekorenkafferkorenuitverkorenvolkorenzaaikorenzangkoren

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. koren (graan)
    2. koren (walgen)