het graan

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [xran]
Verbuigingen:  granen (meerv.)

grasachtige plant waarvan de zaden als voedsel dienen
Voorbeelden:  `graanoogst`,
`Van de granen tarwe en rogge wordt brood en roggebrood gemaakt.`
Synoniem:  koren

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gerst koren

Spreekwoorden en zegswijzen
• een graantje meepikken. (=meeprofiteren)
Naar de spreekwoorden

9 definities op Encyclo
  1. lieveling, grijs
  2. Granen: rijst, tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, gort, spelt, gierst, maïs Alle granen zijn eenjarige grassoorten. Eiwitten: In de vegetarische keuken zijn 'volle'...
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: o. (granen), allerlei koren; [figuurlijk] een -tje pikken, een slokje (sterken drank) drinken. ~GEWASSEN, o. mv. ~HANDEL, m. [geen meer...
  4. vruchtkorrels in korenaren van rogge, tarwe, haver of gerst vb: het graan op de velden is rijp ergens een graantje van meepikken [er ook van profiteren]
  5. •verzamelnaam voor eenzaadlobbige grassoorten. •het zaad van graan.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met graan:
graancirkelgraankorrelgraanoogstgraanoogstengraanproductgraanzuigers

Deze woorden eindigen op graan:
ontbijtgraanzaaigraan

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. graan (stekelig haar; touwtjes die de tenen beugels van een fuik verbinden)
  2. graan (zaadkorrel, koren)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `graan` kennen.