knoeien

werkw.
Uitspraak:  [ˈknujə(n)]
Vervoegingen:  knoeide (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geknoeid (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) alles om je heen vies maken
Voorbeeld:  `knoeien met eten`
Synoniem:  morsen

2) (werk) slecht uitvoeren
Voorbeeld:  `Dat schilderwerk is niet goed. Je zit te knoeien.`
Synoniem:  prutsen

3) fraude plegen
Voorbeeld:  `knoeien met de omzetcijfers`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanrommelen aanrotzooien bedrog plegen beunhazen kladden kliederen klungelen klunzen modderen morsen prutsen rotzooien scharrelen stuntelen verhaspelen verknoeien verprutsen vlekken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die knoeien betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
er een potje van maken;

3 definities op Encyclo
  1. door onhandigheid druppels of kruimels laten vallen vb: Jan knoeit zo als hij kookt Synoniemen: kliederen morsen
  2. 1) Aanmodderen 2) Aanrommelen 3) Aanrotzooien 4) Bedriegen 5) Bedrog plegen 6) Beunhazen 7) Boerenkool slijpen 8) Broddelen 9) Debbelen 10) Dokteren 11) Doormodderen 12) ...
  3. morsen Jaar van herkomst: 1617 (Toll. )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op knoeien:
verknoeienaanknoeien

Herkomst volgens etymologiebank.nl
knoeien (morsen; slordig werken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `knoeien`.