de bek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [bɛk]
Verbuigingen:  bek|ken (meerv.)

1) mond van een dier
Voorbeeld:  `De vos hield een kip in zijn bek.`
Synoniem:  muil

2) mond van een mens informeel
Voorbeeld:  `iemand op zijn bek slaan`
Hou je bek!  (wees stil)
Breek me de bek niet open.  (laat ik daar maar niet over praten)
op je bek gaan  (vallen)
op je bek gaan  (een stomme fout maken die anderen kunnen zien)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
facie mond muil smo smoel smoelwerk snavel snuit tuit waff waffel

Spreekwoorden en zegswijzen
• op je bek gaan. (=een grote fout maken; afgaan.)
• men moet een gegeven paard niet in de bek zien/kijken. (=met een cadeau moet je blij zijn en niet te kritisch naar kijken)
• men mag een gegeven paard niet in de bek kijken. (=men mag niet klagen over de kwaliteit van iets dat men gratis krijgt.)
• geen spek voor de bek (=ongeschikt - iets wat men niet aankan)
• dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)
Toon alle 6 spreekwoorden die bek bevatten

Taaladvies
Je moet een gegeven paard niet in de bek kijken.` Waar komt die uitdrukking vandaan? Zie Een gegeven paard niet in de bek kijken

10 definities op Encyclo
  • snavel, mond Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  • Bek is een Engelse jongensnaam. Het betekent `beek`.
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 't voorste gedeelte der slijperstang, waarin de dop wordtvastgezeten dat tevens tot handvat dient.
  • Uit `De lagere vaktalen: Taal der bouwbedrijven` 1914 waterafleider, meestal aan middeleeuwsche gebouwen.
  • mond van een dier vb: ik mocht onze hond niet in de bek kijken breek me de bek niet open! [daar zou ik heel wat slechte dingen over kunnen vertellen] je moet een gegeven ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met bek:
    bek afbekaaidbekaanbekabelenbekafbekaktbekampbekampenbekamptbekamptebekamptenbekanenbekatteringbekeefbekeekbekeerbekeerdbekeerdebekeerdenbekeerling
    Toon alle woorden die beginnen met bek

    Deze woorden eindigen op bek:
    afbekakkerleeuwenbekblauwbekhozebeklachbeklachebeklafbekleeuwenbeklekkerbekschuimbektrekkebekvogelbekvuilbekzaagbek
    Toon alle woorden die eindigen op bek

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    1. bek (inlandse wijkmeester)
    2. bek (snavel, mond)