klinken

werkw.
Uitspraak:  [ˈklɪŋkə(n)]
Vervoegingen:  klonk (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geklonken (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) (van een geluid) hoorbaar zijn
Voorbeelden:  `Er klinkt een alarm in de verte.`,
`Ze hoest en klinkt hees`,
`De kamer klinkt hol.`
klinken als een klok  (helemaal in orde zijn) `Dat plan klinkt als een klok.`

2) genoemde indruk maken
Voorbeeld:  `Dat verhaal klinkt ongeloofwaardig.`
Synoniem:  lijken

3) met je glas tegen het glas van iemand anders tikken
Voorbeeld:  `Bruidspaar, laten we klinken op een gelukkig leven.`
Synoniemen:  een toost uitbrengen, proosten

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aandoen drinken een toost uitbrengen hoorbaar zijn klank voortbrengen luiden proosten spijkeren timmeren vastklinken vastnagelen vastslaan vastspijkeren

Spreekwoorden en zegswijzen
• lege vaten klinken het holst (=zij die er niets over weten, roepen het hardst)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met klinken een ander begrip versterken?
klinkende overwinning
Hoe kun je klinken krachtiger uitdrukken?
klinken als een klok;

9 definities op Encyclo
  1. Bevestigingsmiddelen die sluiten door middel van een horizontale stang, zoals een grendel, staaf of haak. Te onderscheiden van `snapsloten` die sluiten door middel van ee...
  2. een geluid laten horen vb: zijn stem klinkt verkouden dat plan klinkt leuk [het lijkt een leuk plan]
  3. [Belgisch Nederlands] kantelen (?)
  4. •een bepaald geluid voortbrengen. •tweede betekenisomschrijving. •enz. (+audio)
  5. delen met metalen pennen aan elkaar bevestigen. [T> Klinken.] KOUD KLINKEN: klink werk met stalen klinken, die, voor het klinken, niet heet gestookt worden. Gerelateerde ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op klinken:
beklinkeninklinkenweerklinken

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. klinken (luiden)
  2. klinken (vastslaan)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `klinken` kennen.