I het vertrouwen

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [vər'trɑuwə(n)]

1) geloof dat iemand eerlijk is
Voorbeeld:  `Hij heeft mijn vertrouwen geschonden.`
Antoniem:  wantrouwen
iets in vertrouwen zeggen  (iets zeggen dat niet doorverteld mag worden)
iemand in vertrouwen nemen  (iemand een geheim vertellen)

2) geloof dat iets goed zal gaan
Voorbeelden:  `zelfvertrouwen`,
`vol vertrouwen in een goede afloop`,
`Ik heb er alle vertrouwen in.`
Synoniem:  fiducie


II vertrouwen

werkw.
Uitspraak:  [vər'trɑuwə(n)]
Vervoegingen:  vertrouwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vertrouwd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

betrouwbaar vinden
Voorbeelden:  `Ik vertrouw die techniek niet helemaal.`,
`Wie kan je nu nog vertrouwen?`
Antoniem:  wantrouwen
Ik vertrouw hem voor geen cent/meter.  (ik vertrouw hem helemaal niet)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
bouwen confidentie fiducie geloof hoop toevertrouwen vertrouw wantrouwen (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• zijn ogen vertrouwen (=geloven wat men ziet)
vertrouwen komt te voet en gaat te paard. (=het is makkelijker om iemands vertrouwen te schaden, dan te verkrijgen.)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Vertrouwen dat / erop vertrouwen dat: Kan erop weg worden gelaten in zinnen als Ik vertrouw erop dat hij komt?

Intensiveringen
Hoe kun je vertrouwen krachtiger uitdrukken?
blind vertrouwen; grenzeloos vertrouwen; in het volste vertouwen; onbegrensd vertrouwen; onwankelbaar vertrouwen; rotsvast vertrouwen;

6 definities op Encyclo
  1. rekenen op Jaar van herkomst: 1556 (WNT )
  2. geloven dat hij eerlijk is vb: ik vertrouw deze aannemer volkomen Tegenstelling: wantrouwen op iets of iemand rekenen vb: ze vertrouwt op haar gevoel
  3. het geloof dat je op iemand kunt rekenen vb: ik heb wel vertrouwen in mijn vriend daar heb ik geen vertrouwen in [ik geloof niet dat het zal lukken] ze is erg goed van ve...
  4. •het geloof in betrouwbaarheid van een persoon. •geloven in de betrouwbaarheid van een persoon.
  5. 1) Betrouwbaar achten 2) Betrouwen 3) Bouwen 4) Confidentie 5) Ervan uitgaan 6) Fiducie 7) Fiductie 8) Geloof 9) Geloof in iemands eerlijkheid 10) Geloven 11) Geloof hebb...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vertrouwen:
vertrouwen opvertrouwensartsvertrouwensbeginselvertrouwenscrisesvertrouwenscrisissenvertrouwensindexenvertrouwenskringvertrouwenspersoon

Deze woorden eindigen op vertrouwen:
toevertrouwenzelfvertrouwen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vertrouwen (zich verlaten op)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vertrouwen` kennen.