institutioneel

bijv.naamw.
Uitspraak:  [ɪnstity(t)ʃo'nel]

1) als iets te maken heeft met een of meer organisaties
Voorbeeld:  `Het institutionele vertrouwen van de bevolking is de mate waarin mensen vertrouwen hebben in verschillende politieke en maatschappelijke instituties.`
institutionele beleggers  (instellingen die geld beleggen) Antoniem: particuliere beleggers

2) als iets te maken heeft met staatsinstellingen of het staatsrecht juridisch
Voorbeelden:  `Europees institutioneel recht`,
`commissie voor institutioneel beleid`
Synoniem:  staatsrechtelijk

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. [rechtswetenschap] betrekking hebbend op staatsinstellingen of behorend tot een instituut of instituten…
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `institutioneel`.