het hek

zelfst.naamw.
Uitspraak:  [hɛk]
Verbuigingen:  hek|ken (meerv.)

1) afscheiding van hout of metaal
Voorbeeld:  `Om het weiland staat een hek omdat anders de koeien weglopen.`
Nu is het hek van de dam!  (nu gaat het helemaal mis)

2) beweegbare afscheiding waar je doorheen kunt gaan
Voorbeeld:  `tuinhekje`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
afkeer afrastering afscheiding afsluiting antipathie aversie deur hekwerk tegenzin weerzin

Spreekwoorden en zegswijzen
• het hek is van de dam (=iedereen doet maar wat die wilt zonder grenzen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Is de enkelvoudsvorm hekken correct? Zie Hekken / hek

11 definities op Encyclo
  • achterwand van een schip, of het bovenste deel van die achterwand. Ook deel van het schip van de spiegel tot de achtermast.
  • VOC - Scheepsbouw : achterzijde van het schip; verzameling balken en stutten die de afsluiting van de achterzijde van het schip vormen en waarop het hakkebord wordt aange...
  • afscheiding van houten latten, gaas of spijlen vb: om het bouwterrein stonden hoge hekken Synoniem: omheining deel van een afscheiding dat open en dicht kan vb: doe jij h...
  • Afscheiding of omheining, bestaande uit verticale, op gelijke afstanden geplaatste, overdwars verbonden palen, staven of spijlen. Het kan een ruimte begrenzen in de kerk,...
  • Achterzijde van het schip boven de achtersteven. In oorspronkelijke betekenis de achterste afsluiting van de romp door een schot dat aan de bovenzijde vaak was afgewerkt ...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met hek:
    hekankerhekankershekbalkhekbalkenhekboothekdavithekdavitshekelhekeldehekeldenhekeldichthekeldichtenhekeldichterhekeldichtershekelenhekelshekelschrifthekelschriftenhekelthekelveld
    Toon alle woorden die beginnen met hek

    Deze woorden eindigen op hek:
    dranghek
    Toon alle woorden die eindigen op hek

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    hek (afscheiding van lat- en/of traliewerk)