het meervoud

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['mervɑut]
Verbuigingen:  meervoud|en (meerv.)

vorm van een woord waaraan je ziet dat het om meer dan één gaat taalkunde
Voorbeeld:  `'Media' is het meervoud van 'medium'.`
Antoniem:  enkelvoud

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
meerderheid pluralis enkelvoud (antoniem)

8 definities op Encyclo
  1. vorm die je gebruikt om aan te geven dat het om meer dan één persoon of ding gaat vb: het meervoud van 'kip' is 'kippen'
  2. De vorm van een naamwoord waardoor wordt aangeduid dat van een aantal personen of zaken sprake is Ook pluralis genoemd
  3. •woord dat in die vorm aan meerdere voorwerpen, mensen of dieren refereert.
  4. 1) Getal (taalk.) 2) Getal (taalkundig) 3) Grammaticale term 4) Meerderheid 5) Pluralis 6) Spraakkunstige term 7) Taalkundige term 8) Vorm van een naamwoord 9) Woordvorm
  5. [Nederlands] - Met meervoud, of pluralis, worden die taalkundige vormen aangegeven die betrekking hebben op meer dan één zaak. Meervoud komt voor bij het zelfstandig n...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met meervoud:
meervoudenmeervoudigmeervoudigepersoonlijkheidsstoornismeervoudigheidmeervoudsvormen

Deze woorden eindigen op meervoud:
majesteitsmeervoud

Herkomst volgens etymologiebank.nl
meervoud (pluralis)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `meervoud`.