fluiten

werkw.
Uitspraak:  [ˈflœytə(n)]
Vervoegingen:  floot (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gefloten (volt.deelw.)

1) op een fluit blazen muziek
Voorbeeld:  `een eenvoudig wijsje fluiten`

2) het geluid van een fluit maken
Voorbeelden:  `vogels fluiten`,
`een vrolijk liedje fluiten`,
`naar de meisjes fluiten`,
`op je vingers fluiten`
Daar kun je naar fluiten.  (dat ben je voor altijd kwijt)

3) scheidsrechter zijn bij een wedstrijd
Voorbeeld:  `Ik fluit bij het pupillenelftal.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
blazen fluitspelen gieren pijpen plassen roepen

Spreekwoorden en zegswijzen
• naar iets kunnen fluiten (=iets (wat je uitleent) niet meer terug krijgen)
• ergens naar kunnen fluiten (=het beslist niet krijgen)
• er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
Naar de spreekwoorden

Taaladvies
Schrijf je fijfel (= dwarsfluit) met ei of ij? Zie fijfel / feifel

4 definities op Encyclo
  • Fluiten kan betekenen: Fluiten kan een actieve handeling zijn (bijvoorbeeld het bedienen van een fluit, het fluiten met de mond zoals mensen en vogels doen, of het blaze...
  • •een fluit bespelen. •geluid van een fluit voortbrengen. •met een fluit een signaal geven. (+audio)
  • door blazen een geluid maken vb: de vogels floten in de bomen
  • 1) Als scheidsrechter fungeren 2) Blazen 3) Dierengeluid 4) Fluitspelen 5) Geluid van een lijster 6) Geluid van kogels 7) Geluid van zangvogel 8) Gieren 9) Kwinkeleren 10...
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden beginnen met fluiten:
    fluitenkruid

    Deze woorden eindigen op fluiten:
    blokfluitendwarsfluitenpanfluiten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    fluiten