de fluit

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [flœyt]
Verbuigingen:  fluit|en (meerv.)

1) (lang) blaasinstrument met gaten of kleppen die met de vingers worden gesloten of geopend muziek
Voorbeelden:  `dwarsfluit`,
`een sonate voor fluit en orkest`

2) blaasinstrument dat een signaal geeft
Voorbeeld:  `De scheidsrechter blies op zijn fluitje.`

3)
geen fluit  (niets)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
altfluit geslachtsorgaan penis

Spreekwoorden en zegswijzen
• naar iets kunnen fluiten (=iets (wat je uitleent) niet meer terug krijgen)
• hij begreep er geen fluit van (=hij begreep er niets van)
• ergens naar kunnen fluiten (=het beslist niet krijgen)
• er naar kunnen fluiten (=het niet krijgen)
• een fluitje van een cent. (=een eenvoudige taak.)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met fluit een ander begrip versterken?
geen fluit;

18 definities op Encyclo
  1. • [muziekinstrument] blaasinstrument.
  2. Fluitschip (oude naam gading of gaing), smal karveelgebouwd middeleeuws koopvaardijschip, met rond achterschip, platte bodem en meestal drie masten, vermoedelijk ontstaan...
  3. lang blaasinstrument van hout of metaal vb: hij speelt prachtig op de fluit het kan me geen fluit schelen [helemaal niets] dat is een fluitje van een cent [een gemakkelij...
  4. een in de zeventiende eeuw zeer gewild type van een eenvoudig transportschip zonder spiegel. Voordelen van de fluit waren: mindere diepgang en `onkostelijkheid` van bouw;...
  5. Let op: Spelling van 1858 eene bijzondere soort van driemastschepen zonder galjoen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met fluit:
fluit aanfluit affluit terugfluit uitfluitconcertfluitconcertenfluitenfluitenkruidfluitistfluitistenfluitketelfluitketelsfluitregisterfluitregistersfluitschipfluitspeler

Deze woorden eindigen op fluit:
blokfluitdwarsfluitgefluitsignaalfluittaborfluitpanfluitBöhmfluittenorblokfluitbasblokfluitsopraninoblokfluitsopraanblokfluitaltblokfluit

Herkomst volgens etymologiebank.nl
fluit (blaasinstrument)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `fluit`.