blazen

werkw.
Uitspraak:  [ˈblazə(n)]
Vervoegingen:  blies (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geblazen (volt.deelw.)

met getuite lippen krachtig lucht uit je mond laten gaan
Voorbeelden:  `in je kopje blazen omdat je thee te heet is om te drinken`,
`op een trompet blazen`,
`De wind blaast me in het gezicht.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
fluiten hijgen pijpen proesten puffen sissen tetteren

Spreekwoorden en zegswijzen
• van toeten noch blazen weten (=van iets geen verstand hebben)
• in het zakje blazen (=een ademtest ondergaan)
• in de bus blazen (=flink betalen)
• hoog van de toren blazen (=het grote woord willen hebben / opscheppen)
• geen veer van de mond kunnen blazen (=heel zwak zijn, heel arm zijn)
Toon alle 9 spreekwoorden die blazen bevatten

Taaladvies
Waar komt van toeten noch blazen weten vandaan? Zie Van toeten noch blazen weten

7 definities op Encyclo
  • drinken
  • met bolle wangen en getuite lippen diep uitademen vb: hij blies op zijn trompet een sissend geluid maken vb: toen de hond in de buurt kwam, begon de kat te blazen zeepbel...
  • [slang] joint roken
  • •een luchtstroom veroorzaken. •met een luchtstroom iets vervaardigen. •een blaasinstrument bespelen.
  • met kracht uitademen Jaar van herkomst: 1240 (Bern. )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op blazen:
    aanblazenaangeblazenafblazenafgeblazenbellenblazengalblazengeblazenglasblazenglasgeblazeninblazeningeblazenleegblazenmeegeblazenopblazenopgeblazenoverblazenuitblazenuitgeblazenurineblazenwaterblazen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    blazen (krachtig uitademen)

    Hoe bekend is het woord?
    Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `blazen` kennen.