vuilmaken

werkw.
Uitspraak:  ['vœylmakə(n)]
Vervoegingen:  maakte vuil (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vuilgemaakt (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

vuil (2) laten worden
(niet) bang zijn om je handen vuil te maken  ((niet) bang zijn om vuil, zwaar of ondankbaar werk te doen)
geen woorden aan iets of iemand vuilmaken  (het niet de moeite vinden om iets te zeggen over iets of iemand, meestal omdat je het, hem of haar niet belangrijk vindt)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
beduimelen bevlekken bevuilen bezoedelen verontreinigen viesmaken

Spreekwoorden en zegswijzen
• ergens geen woorden aan vuilmaken (=er niets eens over spreken)
Naar de spreekwoorden

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Beduimelen 2) Besmeuren 3) Bevlekken 4) Bevuilen 5) Bezoedelen 6) Smetten 7) Verontreinigen 8) Viesmaken
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 94% van de Vlamingen het woord `vuilmaken`.